“Juridisch advies”
“Persoonlijk en informeel”

Voor arbeidscontracten voor bepaalde tijd, onbepaalde tijd en tot 6 maanden

Stel direct gratis een juridische vraag!

Voor slechts 99 euro exclusief btw!

→ Vul onderstaande vragenlijst volledig in

→ U ontvangt van ons een betalingslink via de mail

→ Zodra het geld is overgemaakt, ontvangt u van ons binnen 24 uur het arbeidscontract

→ Let op: U bent zelf verantwoordelijk voor de informatie

 

Tenzij hiervan bij cao (of publiekrechtelijke regeling) is afgeweken, bedraagt de minimumvakantiebijslag in beginsel 8% van het ten laste van werkgever komende loon van werknemer ( art. 15 WML); de vakantiebijslag moet jaarlijks en, behoudens andersluidende schriftelijke overeenkomst, in de maand juni worden uitbetaald ( art. 17 WML); met werknemers die minstens driemaal het minimumloon verdienen, kan worden overeengekomen dat zij geen aanspraak hebben op vakantiebijslag ( art. 16 WML).
De omvang van de wettelijke loondoorbetalingsverplichting is gelijk aan 70% van maximaal het deel van het loon dat lager is dan of gelijk is aan het maximumdagloon (het maximumdagloon bedraagt per 1 januari 2018 € 209,26 bruto, dat wil zeggen op jaarbasis € 54.617 bruto) maar (gedurende de eerste 52 weken) minimaal gelijk aan het voor de werknemer geldende minimumloon. De werkgever kan verdergaande loonbetalingsverplichtingen hebben op grond van de individuele arbeidsovereenkomsten en/of cao. In de arbeidsovereenkomst kan worden bedongen dat de werknemer over de eerste twee dagen van de loondoorbetalingsperiode geen recht op loon heeft. De werknemer heeft geen recht op loondoorbetaling als bedoeld in lid 1 wanneer (a) de ziekte is veroorzaakt door zijn opzet of het gevolg is van een gebrek waarover de werknemer in het kader van een aanstellingskeuring valse informatie heeft verstrekt en daardoor de toetsing aan de voor de functie opgestelde belastbaarheidseisen niet juist kon worden uitgevoerd (b) voor de tijd, gedurende welke de werknemer zijn genezing belemmert of vertraagt (c) voor de tijd gedurende welke de werknemer zonder deugdelijke grond passende arbeid niet verricht (d) voor de tijd gedurende welke de werknemer zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door de werkgever of door een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de werknemer in staat te stellen passende arbeid te verrichten en (e) voor de tijd, gedurende welke de werknemer zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan een plan van aanpak.
Specificeren van alle elementen zoals reiskosten, uren vrijaf, studiemateriaal, cursusgeld.
Zie artikel 7:650 Burgerlijk Wetboek over de hoogte en voorwaarden van de boete.